Vaarwel sofa, hello virtual reality – bril!

Koen Lowet & Nele Stinckens


Vlaamse psychologen bereiden zich voor op nakende digitalisering

Op vrijdag 27 september hebben de Vlaamse klinisch psychologen zich verzameld in Leuven voor de jaarlijkse studiedag van de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen, die samen met Quality In Treatment georganiseerd werd. De wetenschappelijke vereniging trachtte dit jaar haar leden voor te bereiden op de nakende golf van digitalisering. Niet elke psycholoog is daar immers van overtuigd.


Afstappen van het klassieke consultatie - model

De sofa is een beeld wat misschien niet meer zo past bij de moderne psycholoog, toch houdt menig psycholoog erg vast aan een eerder “klassieke” manier van werken. “We merken inderdaad dat het merendeel van de psychologische interventies vandaag de dag nog steeds afgeleverd worden in een klassiek consultatie model,” legt Koen Lowet, gedelegeerd bestuurder van de VVVP, uit. Een klassiek consultatie – model houdt in dat de psycholoog op regelmatige basis, vb. wekelijks, zijn patiënten ziet in zijn/haar praktijkruimte en gesprekken voert.


“Daar is voor alle duidelijkheid niets mis mee,” aldus Lowet: “maar onderzoek laat zien dat de digitalisering psychologen veel meer mogelijkheden biedt om psychologische interventies op andere, soms meer efficiëntere manieren af te leveren. Daar moeten we als groep van zorgverstrekkers voor durven open te staan.


Wat dacht u bijvoorbeeld van een Virtual Reality bril die u kan blootstellen aan uw vliegangst? Of een horloge dat uw stress niveau constant door stuurt naar uw therapeut? Het is maar een greep uit de vele toepassingen waarin de deelnemers zullen geïntroduceerd worden.


Vorig jaar voerde QIT, met steun van het Vlaio, een haalbaarheidsstudie uit naar de opportuniteiten en uitdagingen bij het inbedden van digitale tools in de geestelijke gezondheidszorg. De uitdagingen blijken vooral te liggen bij de geringe veranderingsbereidheid van (een deel van) de therapeutenpopulatie, de vrees voor een aantasting van de therapeutische relatie en praktische belemmeringen (zoals gebrek aan tijd, onvoldoende middelen, digitaal analfabetisme). “De deelnemende psychologen en patiënten waren het erover eens dat de kracht van het ambacht niet mag worden aangetast: maatwerk, dialoog, een persoonlijke relatie, afstemming en bezieling mag niet verloren gaan,” legt Nele Stinckens van QIT uit. Om die reden was er ook een uitgesproken voorkeur voor blended therapie, een combinatie van face – to – face therapie en digitale tools. De kansen liggen vooral in het creëren van een breder en meer gedifferentieerd zorgaanbod, herstelgerichte zorg met meer regie en autonomie voor de patiënt, en continuïteit van zorg waarbij digitale tools kunnen bijdragen tot het voorkomen dat de patiënt hervalt. Het louter beschikbaar stellen van kwalitatieve digitale tools zal echter niet volstaan. Nele Stinckens: “Hulpverleners moeten de nodige competenties kunnen ontwikkelen om hun koudwatervrees te overwinnen en met digitale toepassingen aan de slag te gaan. Hiervoor zijn ondersteuning, coaching en inspiratie vanuit “goede praktijkvoorbeelden bij collega’s” onontbeerlijk.


Ondersteuning nodig om te transformeren

Niet enkel in de aflevermethodes voor de interventies is er een digitalisering aan de gang ook de overheid stelt meer en meer verwachtingen. “En dat is prima,” vindt Lowet: “we hebben inderdaad nood aan elektronische patiëntendossiers waarmee we data kunnen verzamelen over wat we aan het doen zijn met die patiënten en hoe het met hen gaat.” Ook in de communicatie met andere zorgverstrekkers loopt het soms stroef. Huisartsen bijvoorbeeld klagen nog wel eens dat ze hun patiënten doorverwijzen naar psychologen, maar er daarna nooit meer iets over terug horen. “Het klopt dat goede digitale tools de communicatie met collega’s uit andere disciplines kan versterken,” geeft Lowet toe: “maar dan moet de overheid wel in de nodige ondersteuning voorzien.” Die ondersteuning ziet de vereniging niet enkel in het “terugbetalen” van hun patiënten. De financieringsvoorstellen van de psychologen gaan veel breder dan dat. Lowet:“Naast het financieren van eigenlijke zorg moet het ook gaan over de noodzakelijke randvoorwaarden om goede zorg te kunnen leveren: permanente vorming, praktijkondersteuning, lokale kringwerking, het implementeren van de psychologische discipline als een volwaardige discipline binnen het multidisciplinair werken, enz.

Voor de VVKP is het tijd dat de overheid kleur gaat bekennen. “De overheid heeft op zijn zachts gezegd een forse inhaalbeweging te maken. 20 miljoen op een totaal budget van 27 miljard kan je bezwaarlijk een prioriteit noemen. Veel politieke partijen maakten van geestelijke gezondheid een prioriteit in hun verkiezingsprogramma. We kijken reikhalzend uit naar de regeerakkoord om te lezen hoe die prioriteit concreet zal vertaald worden in investeringen“